Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
€ 532,- te worden geheven.
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 532,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het ingediende beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het geen beroepsgronden bevatte en niet was ondertekend.
De Centrale Raad van Beroep stelde het UWV bij brief van 6 februari 2020 en opnieuw bij aangetekende brief van 9 maart 2020 in de gelegenheid om deze gebreken binnen vier weken te herstellen. Het UWV liet deze termijnen ongebruikt voorbijgaan. Hierdoor was het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De Raad besloot het hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling af te wijzen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Van het UWV werd een griffierecht van €532,- geheven. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en ondertekening.