Uitspraak
18 4412 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 588,25;
- bepaalt dat van het Uwv een griffierecht van € 508,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Werknemer, werkzaam als productiemedewerker bij een uitzendbureau, meldde zich ziek na een polsbreuk. Het UWV beëindigde aanvankelijk de ZW-uitkering omdat werknemer meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Na bezwaar werd de uitkering hervat op basis van een urenbeperking vanwege revalidatietherapie.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom een urenbeperking van zes uur per dag en 30 uur per week noodzakelijk was, met name vanwege onduidelijkheid over frequentie, duur en tijdstip van therapie. Het UWV stelde hoger beroep in tegen dit oordeel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht de urenomvang van geselecteerde functies heeft meegewogen en dat de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage begrijpelijk is. Echter, het UWV heeft nog steeds onvoldoende gemotiveerd waarom de therapie vijf dagen per week plaatsvindt en waarom deze niet buiten werktijd kan plaatsvinden.
Daarom slaagt het hoger beroep van het UWV slechts deels; het oordeel van de rechtbank over de urenbeperking blijft in stand. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en griffierechten worden geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt deels verworpen en deels gegrond verklaard; de urenbeperking is onvoldoende gemotiveerd, waardoor de voortzetting van de ZW-uitkering deels wordt afgewezen.