ECLI:NL:CRVB:2020:1547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, voormalig assistente bedrijfsarts, ontving na het beëindigen van haar dienstverband een WW-uitkering en later een Ziektewetuitkering wegens ziekte. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat zij per 30 juli 2018 geschikt was voor haar eigen werk en beëindigde haar Ziektewetuitkering. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar schouderklachten onvoldoende waren meegewogen en dat het onderzoek onzorgvuldig was.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts adequaat had gereageerd op nieuwe medische informatie over een peesscheur en daaropvolgende operatie. De Raad bevestigt deze uitspraak en benadrukt dat de beperkingen door de peesscheur niet relevant waren voor het eigen werk van appellante. Ook is geen aanleiding voor nader onderzoek geweest.
Het hoger beroep faalt omdat appellante geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die haar ongeschiktheid voor haar werk onderbouwen. De Raad concludeert dat het UWV-onderzoek zorgvuldig en volledig was en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd na een zorgvuldig medisch onderzoek.