ECLI:NL:CRVB:2020:1561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering bij 39,46% arbeidsongeschiktheid
Appellante was tot juni 2015 werkzaam als ADL assistente en meldde zich in 2013 ziek met fysieke klachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV aanvankelijk vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna een WIA-uitkering werd geweigerd. Later, na nieuwe medische beoordeling met opname van psychische beperkingen, kende het UWV per 6 november 2017 een loongerelateerde WGA-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 39,46%.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar PTSS haar beperkingen niet volledig weerspiegelde. Zij overhandigde aanvullende medische rapporten en brieven van haar behandelaars. De Raad volgde echter de rechtbank in haar oordeel dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de beperkingen juist waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 11 september 2017.
De Raad concludeerde dat de medische informatie, inclusief de brief van psycholoog Broeksteeg en aanvullende documenten, geen aanleiding gaf om de beperkingen te herzien. Ook achtte de Raad de geselecteerde functies medisch geschikt voor appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van een WGA-uitkering van 39,46% bevestigd.