ECLI:NL:CRVB:2020:1595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen ontslag en terugvordering onverschuldigde bezoldiging
Appellant, een ambtenaar bij de gemeente Delft, werd bij besluit van 6 oktober 2011 ontslagen met ingang van 1 maart 2018. Ondanks dit ontslag werd bezoldiging doorbetaald in maart, april en mei 2018, wat het college bij besluit terugvorderde. Appellant verzocht om terug te komen op het ontslagbesluit vanwege de gewijzigde pensioengerechtigde leeftijd en betwistte de terugvordering.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat een wijziging in regelgeving, zoals de pensioengerechtigde leeftijd, geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt voor herziening van het ontslagbesluit. Tevens oordeelt de Raad dat de terugvordering van onverschuldigd betaalde bezoldiging op grond van artikel 116a AW terecht en zorgvuldig is toegepast.
De Raad concludeert dat het ontslagbesluit rechtsgeldig is en de terugvordering terecht plaatsvond, waardoor het hoger beroep wordt verworpen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van onverschuldigde bezoldiging bevestigd.