ECLI:NL:CRVB:2020:1626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De Raad heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €131,00 en de uiterste betalingstermijnen. Ondanks herhaalde aanmaningen en een verzoek om vrijstelling dat is afgewezen, heeft appellante het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De Raad oordeelt dat appellante hierdoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder, op 28 juli 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.