ECLI:NL:CRVB:2020:1642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was laatstelijk werkzaam als agrarisch medewerker en meldde zich ziek met linkerarm- en schouderklachten en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij per 16 januari 2017 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij geschikt was voor andere functies, waaronder productiemedewerker.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) een juist beeld gaf van haar beperkingen. Ook de psychische klachten werden als licht depressief beoordeeld, zonder aanwijzingen voor ernstige psychopathologie.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten waren toegenomen en zij niet geschikt was voor de geselecteerde functies. Het UWV onderbouwde haar standpunt met aanvullende medische rapporten. De Raad concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat appellante op de datum in geding geschikt was voor de geselecteerde functies, ook gezien de medische gegevens en het psychisch onderzoek.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij geschikt is voor andere functies.