Uitspraak
18.2154 PW
OVERWEGINGEN
.Daarbij is vermeld dat, indien appellant de gevraagde gegevens niet tijdig inzendt, de bijstand kan worden ingetrokken. Appellant heeft de gevraagde afschriften niet overgelegd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd in het kader van een heronderzoek gevraagd bankafschriften van al zijn rekeningen over te leggen, waaronder die van een Toprekening. Hoewel appellant afschriften van zijn ING-rekening aanleverde, leverde hij niet de gevraagde afschriften van de Toprekening aan.
Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk schortte daarop het recht op bijstand op en stelde appellant in de gelegenheid het verzuim te herstellen. Toen appellant niet binnen de gestelde termijn de ontbrekende afschriften overlegde, trok het college de bijstand in en vorderde de gemaakte kosten terug. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het college en de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de afschriften van de Toprekening niet relevant zouden zijn omdat deze gekoppeld was aan zijn ING-rekening en de transacties daarop zichtbaar waren. De Raad oordeelde echter dat het totaalsaldo van de Toprekening van belang is voor de vaststelling van het recht op bijstand en dat dit niet uit de ING-afschriften kan worden afgeleid.
De Raad bevestigde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot opschorting en intrekking van de bijstand op grond van artikel 54 van Pro de Participatiewet. Ook het argument dat de afschriften later tijdens de bezwaarprocedure werden overgelegd, leidde niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De opschorting en intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften worden bevestigd.