ECLI:NL:CRVB:2020:1702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling mate arbeidsongeschiktheid op 58,67% na zorgvuldige herbeoordeling WIA-uitkering
Appellant is sinds 11 januari 2010 arbeidsongeschikt vanwege schouder- en rugklachten en ontvangt sinds 9 januari 2012 een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. Na een herbeoordeling in 2017 stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 39,26%, wat na bezwaar werd verhoogd naar 58,67%.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant tegen deze vaststelling ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld, inclusief het medicijngebruik en de pijnklachten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer beperkingen heeft dan aangenomen, onder meer door medicatiegebruik en psychische klachten, en betwistte de geschiktheid van de geselecteerde functies.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep overtuigend had gemotiveerd waarom de door appellant aangevoerde arbeidskundige bezwaren niet slagen. De Raad bevestigde dat de mate van arbeidsongeschiktheid van 58,67% terecht is vastgesteld en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant terecht is vastgesteld op 58,67%.