ECLI:NL:CRVB:2020:1704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding en proceskosten in WIA-uitkeringsgeschil
Appellante, eigenrisicodrager voor de WGA-uitkering van een werknemer, stelde schade te hebben geleden door het herroepen van een besluit van het UWV dat aanvankelijk de WIA-uitkering aan de werknemer weigerde toe te kennen. De rechtbank had haar beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen tegen latere besluiten ongegrond verklaard. Appellante voerde aan dat de rechtbank niet had beslist op haar verzoek om schadevergoeding en proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat uit de stukken niet blijkt dat appellante een verzoek tot schadevergoeding had ingediend, en dat de rechtbank terecht geen proceskostenveroordeling ten gunste van appellante had uitgesproken. Het verzoek om vergoeding van schade wegens het herroepen besluit werd afgewezen omdat appellante geen bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit en daardoor geen rechtsmiddel had aangewend. Ook de door appellante gemaakte kosten voor correspondentie met haar verzekeraar stonden los van het besluit.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees het verzoek van appellante af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend op 3 augustus 2020.
Uitkomst: Het verzoek van appellante om schadevergoeding en proceskostenvergoeding wordt afgewezen en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.