ECLI:NL:CRVB:2020:1733

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juli 2020
Publicatiedatum
4 augustus 2020
Zaaknummer
19/4140 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Politiewet 2012
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing erkenning PTSS als beroepsziekte voor vrijwilliger politie wegens verjaring

Appellante, een vrijwilliger als bedoeld in artikel 2, onder c, van de Politiewet 2012, verzocht om erkenning van haar PTSS als beroepsziekte. Dit verzoek werd afgewezen omdat de Coulanceregeling PTSS niet op haar van toepassing is. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze afwijzing.

De kern van de zaak is dat appellante sinds februari 2006 arbeidsongeschikt was wegens psychische klachten en in januari 2007 de diagnose PTSS kreeg. Vanaf dat moment had zij voldoende basis om een financiële aanspraak te maken. Omdat zij haar verzoek pas in 2014 indiende, was de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar verstreken.

Er zijn geen omstandigheden gebleken die haar hebben belet om tijdig een verzoek in te dienen. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de erkenning van de ziekte als beroepsziekte terecht afgewezen. De overige beroepsgronden zijn niet inhoudelijk beoordeeld omdat deze niet tot een ander resultaat konden leiden.

Uitkomst: Het verzoek om erkenning van PTSS als beroepsziekte is afgewezen wegens verjaring en niet-toepasselijkheid van de Coulanceregeling.

Uitspraak

19.4140 AW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 22 augustus 2019, 18/1863 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] (appellante)
de korpschef van politie (korpschef)
Datum uitspraak: 23 juli 2020
Zitting heeft: C.H. Bangma
Griffier: E.M. Welling
Namens appellante is ter zitting verschenen, mr. L.M. Berg.
De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.G.E.A. Frederix-Gianotten, advocaat en mr. C.J. van der Mast.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar en gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante heeft op 4 november 2014 een beroep op de Coulanceregeling PTSS gedaan en op
15 december 2014 verzocht om erkenning van haar ziekte als beroepsziekte. Bij beslissing op bezwaar van 12 juli 2016 (bestreden besluit) is afwijzend beslist op het verzoek.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
De Coulanceregeling PTSS beoogt te voorzien in compensatie voor ex-politiemedewerkers voor wie de wettelijke verjaringstermijn is verstreken.
Appellante was een vrijwilliger als bedoeld in artikel 2, onder c, van de Politiewet 2012. Anders dan zij heeft betoogd, betekent dit dat de Coulanceregeling PTSS niet op haar van toepassing is. Hieruit volgt ook dat voor appellante de wettelijke verjaringstermijn geldt.
Nu appellante sinds februari 2006 arbeidsongeschikt is wegens psychische klachten en bij haar op 2 januari 2007 de diagnose PTSS is gesteld, moest zij vanaf dat tijdstip rekening houden met de mogelijkheid dat haar klachten van blijvende aard zouden zijn. Er was voor haar dan ook in januari 2007 voldoende basis om jegens de korpschef een financiële aanspraak geldend te maken. Met de rechtbank wordt dan ook geconcludeerd dat appellante al meer dan vijf jaar voor de indiening van haar verzoeken redelijkerwijs actie had kunnen ondernemen. Niet is gebleken van omstandigheden die haar hebben belet om voor het verstrijken van de verjaringstermijn een verzoek in te dienen om erkenning van haar ziekte als beroepsziekte.
Nu deze beroepsgrond niet slaagt, is het verzoek om erkenning van haar ziekte als beroepsziekte terecht afgewezen. Gegeven deze conclusie is er geen ruimte voor beoordeling van de overige beroepsgronden.
Het hoger beroep slaagt niet.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) E.M. Welling (getekend) C.H. Bangma