Uitspraak
20.498 AOR
OVERWEGINGEN
.Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Hoewel zij als oorlogsslachtoffer met psychisch oorlogsletsel is erkend, is vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid niet voldoende is om in aanmerking te komen voor een periodieke uitkering.
De medische adviezen, gebaseerd op huisbezoek en deskundige beoordelingen, concluderen dat de psychische klachten van appellante zijn veroorzaakt door meerdere factoren, waarbij slechts een vijfde deel kan worden toegeschreven aan de oorlogsgebeurtenissen. Dit leidt tot een psychische invaliditeit van 50%, waarvan het oorlogsgerelateerde aandeel onvoldoende is om de ondergrens van 10% voor de AOR te overschrijden.
De Raad acht het bestreden besluit zorgvuldig en deugdelijk voorbereid en concludeert dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor toekenning van een periodieke uitkering of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de periodieke AOR-uitkering wordt bevestigd.