Uitspraak
18.3462 NIOAW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds april 2013 een IOAW-uitkering en had daarnaast inkomsten uit freelance werkzaamheden die door het college bruto werden verrekend met de uitkering. Zij verzocht het college om herziening van deze verrekening omdat zij meende dat netto verrekening had moeten plaatsvinden, gezien de belasting die zij over haar bruto-inkomsten moest betalen.
Het college wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat de aanslagen inkomstenbelasting die appellante overlegd had geen nieuwe feiten waren omdat zij nooit eerder bezwaar had gemaakt tegen de uitkeringsspecificaties.
De Raad benadrukte dat de IOAW-uitkering bruto wordt vastgesteld en dat het college daarom terecht de bruto inkomsten in mindering bracht op de uitkering. Het verzoek om terug te komen op de verrekening werd daarom afgewezen, evenals het verzoek om schadevergoeding. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot terugkomen op de bruto verrekening van inkomsten met de IOAW-uitkering wordt niet toegewezen.