ECLI:NL:CRVB:2020:1825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot kwijtschelding studiefinancieringsschuld na diploma op lager niveau
Appellante is in 2009 gestart met een MBO-opleiding op niveau 3 en heeft studiefinanciering ontvangen in de vorm van een prestatiebeurs. Tijdens de opleiding is zij overgestapt naar een opleiding op niveau 2, waarvan zij in 2012 een diploma behaalde. De minister stelde een studieschuld vast en weigerde kwijtschelding of omzetting van de schuld in een gift, omdat het diploma niet op het vereiste niveau was behaald.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar schuld lager zou moeten zijn, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens verzocht zij om kwijtschelding, wat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het niet beschikken over de capaciteiten om de studie op het oorspronkelijke niveau af te ronden geen bijzondere omstandigheid is die kwijtschelding rechtvaardigt.
In hoger beroep herhaalde appellante haar gronden en voerde zij aan niet bekend te zijn geweest met de 1-februari-regeling. De Raad oordeelde dat de rechtbank de gronden voldoende had gemotiveerd en dat de onbekendheid met de regeling voor rekening en risico van appellante komt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding wordt bevestigd.