ECLI:NL:CRVB:2020:1879
Centrale Raad van Beroep
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht en te late indiening beroepschrift
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het beroepschrift werd per fax op 12 februari 2020 en per post op 17 februari 2020 ontvangen, nadat de beroepstermijn was verstreken. Tevens is het griffierecht van €131,- niet binnen de gestelde termijn betaald, ondanks meerdere aanmaningen aan de gemachtigde van appellante.
De Raad stelt vast dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, aangezien de beroepstermijn zes weken bedroeg en begon te lopen na toezending van de uitspraak op 31 december 2019. De termijnoverschrijding is niet gemotiveerd door appellante, ondanks een verzoek daartoe. Op grond van de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt zonder verdere inhoudelijke behandeling beslist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 augustus 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en te late indiening van het beroepschrift.