Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
24 maart 2020 dit verzoek ingewilligd en de termijn voor het indienen van de beroepsgronden verlengd tot en met 16 april 2020.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dienen de beroepsgronden tijdig te worden ingediend. Hoewel appellant meerdere malen in de gelegenheid is gesteld om de gronden te overleggen, zijn deze pas na de gestelde termijn ontvangen.
De gemachtigde van appellant vroeg uitstel aan, dat werd verleend tot 16 april 2020, maar deze termijn werd niet benut. Na een laatste aanmaning met een termijn van vier weken werden de gronden pas op 1 juni 2020 ingediend. De Raad oordeelt dat dit te laat is en dat geen gegronde redenen zijn aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen.
De omstandigheden van communicatieproblemen en ziekte van de gemachtigde zijn onvoldoende om het verzuim te verontschuldigen, mede omdat opnieuw uitstel had kunnen worden gevraagd. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.