Uitspraak
19 september 2019, 18/5035 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 september 2019. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellant het griffierecht van €128,- niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende brief.
Daarnaast is het beroepschrift digitaal ontvangen op 20 november 2019, wat na de zes weken beroepstermijn is. Appellant stelde dat hij de uitspraak pas op 8 november 2019 ontving en betwistte dat de rechtbank de uitspraak op 19 september 2019 per aangetekende post had verzonden. De Raad oordeelde dat het risico van niet-afhalen van aangetekende post volledig voor rekening van appellant komt en dat geen reden bestaat om het verzuim te vergoelijken.
Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut op 18 augustus 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en niet tijdig indienen van het beroepschrift.