Uitspraak
19 september 2019, 18/5036, 18/5038 en 18/5041 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar heeft nagelaten het vereiste griffierecht te betalen ondanks meerdere aanmaningen. Daarnaast is het beroepschrift niet tijdig ingediend; het was pas ontvangen op 20 november 2019 terwijl de beroepstermijn zes weken bedroeg vanaf de toezending van de uitspraak op 19 september 2019.
Appellant voerde aan dat hij de uitspraak pas op 8 november 2019 had ontvangen en betwistte dat de rechtbank de uitspraak per aangetekende post had verzonden. De Raad oordeelde echter dat het risico van niet-afhalen van aangetekende stukken voor rekening van appellant komt en dat er geen grond was om te concluderen dat appellant niet in verzuim was.
Daarom zijn de hoger beroepen niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 augustus 2020.
Uitkomst: De hoger beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en niet tijdige indiening van het beroepschrift.