Uitspraak
19 september 2019, 19/462 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 september 2019. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellant het griffierecht van €128,- niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende brief.
Daarnaast is het beroepschrift digitaal ingediend op 20 november 2019, wat na de wettelijke termijn van zes weken viel. De rechtbank had de uitspraak op 19 september 2019 per aangetekende post verzonden, maar deze werd niet afgehaald. De uitspraak is daarop opnieuw per gewone post verzonden, waarbij appellant werd gewezen op de onveranderde beroepstermijn.
Appellant stelde dat hij de uitspraak pas op 8 november 2019 ontving en betwistte de aangetekende verzending. De Raad oordeelde dat dit geen reden is om het verzuim te vergoelijken, aangezien het risico van niet-afhalen van aangetekende stukken voor rekening van appellant komt.
Gezien het niet betalen van het griffierecht en de niet-tijdige indiening van het beroepschrift is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en niet tijdige indiening van het beroepschrift.