Uitspraak
19 september 2019, 18/7193 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 september 2019. De Centrale Raad van Beroep wees appellant erop dat een griffierecht van €128,- verschuldigd was en dat dit binnen een gestelde termijn betaald moest worden. Ondanks meerdere aanmaningen werd het griffierecht niet voldaan.
Daarnaast werd het beroepschrift digitaal ingediend op 20 november 2019, wat na de uiterste termijn van zes weken was. Appellant voerde aan dat hij de uitspraak pas op 8 november 2019 had ontvangen en betwistte dat de rechtbank de uitspraak op 19 september 2019 aangetekend had verzonden. De Raad oordeelde dat het risico van niet tijdig indienen bij niet-afhalen van aangetekende post voor rekening van appellant komt.
Gezien het niet betalen van het griffierecht en de niet tijdige indiening van het beroepschrift, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en niet tijdige indiening van het beroepschrift.