ECLI:NL:CRVB:2020:1924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing badkameraanpassing op grond van Wmo 2015 wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante vroeg om een badkameraanpassing op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, omdat het overstappen van een drempel en het instappen in de douchebak gevaarlijk voor haar zou zijn geworden. Het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen wees deze aanvraag af, waarop appellante bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het rapport van de verzekeringsarts van Stichting SAP voldoende onderbouwde dat appellante ondanks lichte tot matige beperkingen haar badkamer normaal kon gebruiken.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de verzekeringsarts onjuiste conclusies had getrokken en dat zij haar badkamer niet normaal kon gebruiken. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd en dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende had gemotiveerd. Het medisch advies was zorgvuldig en expliciet gericht op het gebruik van de badkamer en douche.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellante niet zodanig waren dat zij de badkamer niet op gebruikelijke wijze kon gebruiken en dat de stellingen van appellante onvoldoende met medische stukken waren onderbouwd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de badkameraanpassing bevestigd.