ECLI:NL:CRVB:2020:1939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering met betrekking tot een periode vanaf oktober 1993. Het Uwv heeft deze aanvraag afgewezen omdat de medische informatie niet aantoont dat appellant gedurende 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was. De rechtbank heeft deze afwijzing bevestigd en overwogen dat appellant met objectieve medische gegevens moet aantonen dat hij aan de voorwaarden voldoet.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat medische archieven in Marokko ontbreken en dat het Uwv meer onderzoek had moeten doen. Ook stelde hij dat de behandeling van zijn aanvraag in 2005 niet correct was verlopen. De Raad stelt dat deze omstandigheden niet relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag uit 1993.
De Raad concludeert dat appellant onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor zijn arbeidsongeschiktheid gedurende de vereiste periode en bevestigt daarom het besluit van het Uwv en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de WAO-uitkering wordt bevestigd.