ECLI:NL:CRVB:2020:1953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage WIA na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als onderhoudsmonteur, meldde zich op 31 december 2014 ziek met lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies vast dat appellant belastbaar was met beperkingen, en kende hem een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 48,72%.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsartsen de beperkingen niet onderschat hadden. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd als medisch passend beoordeeld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad vond dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de klachten van appellant waren meegewogen en er was geen nieuwe medische informatie die tot een ander oordeel leidde. De functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd, waren medisch geschikt voor appellant.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van 48,72% en wijst het hoger beroep af.