Uitspraak
18.3967 ZW
drs. H. ten Brinke.
OVERWEGINGEN
28 maart 2017 terecht geconcludeerd dat de informatie van de psychiater geen aanleiding geeft tot aanvulling van de reeds vastgestelde beperkingen.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als medewerker bediening en meldde zich ziek met psychische klachten. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde het UWV vast dat zij niet meer geschikt was voor haar oude werk, maar wel voor andere functies die minder belastend zijn. Het UWV beëindigde daarop haar ZW-uitkering.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar psychische beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld, mede op basis van een brief van haar behandelend psychiater die waarschuwde voor suïcidale gedachten bij werkdruk. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkbaarheid juist was vastgesteld.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het medisch onderzoek en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat rekening hielden met haar beperkingen. De geselecteerde functies zijn niet stresserend, parttime en sluiten aan bij haar belastbaarheid. Er was geen aanleiding een deskundige in te schakelen.
De Raad concludeerde dat appellante in staat is ten minste één van de geselecteerde functies te verrichten en bevestigde de eerdere uitspraak die de beëindiging van de ZW-uitkering rechtvaardigt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend zijn binnen de belastbaarheid van appellante.