Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2020:1990

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 augustus 2020
Publicatiedatum
25 augustus 2020
Zaaknummer
20/1368 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen beroepschrift

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 24 februari 2020. De Centrale Raad van Beroep beoordeelt of het beroepschrift tijdig is ingediend. Volgens de Awb moet een beroepschrift binnen zes weken na toezending van de uitspraak worden ingediend. De uitspraak werd op 24 februari 2020 aan partijen toegezonden, maar het beroepschrift werd pas op 7 april 2020 per fax ontvangen, wat te laat is.

Appellant voerde aan dat de termijn niet van toepassing was vanwege een vermeende te late reactie van de rechtbank op een eerder verzoek, maar deze stelling werd niet aanvaard. De Raad benadrukt dat het risico van een te late indiening volledig voor rekening komt van de appellant. Er is geen reden om het beroepschrift toch ontvankelijk te verklaren.

De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut en griffier P.A.M. Hulsdouw op 25 augustus 2020.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 25 augustus 2020
20/1368 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
24 februari 2020, 18/3812 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Groningen

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft F.E.H. Donleben hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 24 februari 2020 in afschrift aan partijen toegezonden.
Het beroepschrift is op 7 april 2020 per fax ontvangen.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brief van 7 mei 2020 is aan de gemachtigde van appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
De gemachtigde van appellant heeft daarop bij brief van 13 mei 2020 geantwoord dat de zes weken termijn niet van toepassing is omdat de rechtbank bij uitspraak van 24 februari 2020 te laat heeft gereageerd op het verzoek van 19 november 2017.
Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Die termijn is gaan lopen met de toezending van een afschrift van de uitspraak op 24 februari 2020.
In situaties als de onderhavige geldt voorts het uitgangspunt dat het risico dat het hoger beroep niet tijdig is ingediend, volledig voor rekening komt van de partij die het hoger beroep instelt.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2020.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) P.A.M. Hulsdouw
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

VC