Uitspraak
19.2887 WLZ
CIZ
OVERWEGINGEN
Wlz-zorg. In wat appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht heeft de Raad geen steun gevonden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, bekend met het syndroom van Asperger en een gegeneraliseerde angststoornis, diende een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af omdat alleen sprake was van psychiatrische problematiek, wat volgens de Wlz geen toegang tot zorg geeft.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat de beperkingen van appellant voortkomen uit psychiatrische stoornissen conform DSM-V, zonder aanwijzingen voor andere stoornissen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en voegt daaraan toe dat de grondslag psychiatrie expliciet is uitgesloten van toegang tot Wlz-zorg.
Appellant voerde aan dat zijn autisme complex is en hij 24 uur per dag toezicht nodig heeft, maar de Raad vond hiervoor geen steun in de wet- en regelgeving. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wlz-aanvraag wegens uitsluitend psychiatrische problematiek.