ECLI:NL:CRVB:2020:2004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellant stond ingeschreven op een adres waar ook andere personen woonden en ontving studiefinanciering als uitwonende student. Na een huisbezoek door controleurs, waarbij geen persoonlijke spullen van appellant werden aangetroffen, herzag de minister de studiefinanciering en kwalificeerde appellant als thuiswonend.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het huisbezoekrapport onjuistheden bevatte en dat persoonlijke spullen elders lagen vanwege ruimtegebrek. Ook stelde hij dat de gemeente telefonisch had bevestigd dat hij op het adres woonde, maar kon dit niet bewijzen.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van persoonlijke spullen en het ontbreken van bewijs van gemeentelijke bevestiging aannemelijk maken dat appellant niet op het BRP-adres woonde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de studiefinanciering bevestigd.