ECLI:NL:CRVB:2020:2018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens niet-melding eigendom appartement in het buitenland
Appellante ontving bijstand, die het college van burgemeester en wethouders van Uitgeest met ingang van 1 augustus 2016 heeft beëindigd. Dit besluit was gebaseerd op het feit dat appellante niet had gemeld dat zij eigenaar was van een appartement in Marokko. Een lokale makelaar had op 10 februari 2016 een taxatierapport opgesteld waaruit bleek dat de waarde van het appartement de bijstandrechteligheid uitsloot.
De rechtbank Noord-Holland had het besluit van het college bevestigd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij de inlichtingenplicht niet had geschonden en dat het taxatierapport onjuist was. De Raad stelde vast dat de eigendom van het appartement relevant is voor het recht op bijstand en dat appellante dit niet had gemeld, waardoor de inlichtingenplicht is geschonden.
Verder oordeelde de Raad dat het college terecht was uitgegaan van het taxatierapport van een beëdigd taxateur, waarin de waarde van het appartement was vastgesteld op circa €112.940. De latere verkoopprijs van €82.940 in december 2016 was niet relevant voor de waardering per 1 augustus 2016. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht over eigendom van een appartement.