ECLI:NL:CRVB:2020:2019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant was productiemedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Het Uwv stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door zijn beperkingen en medicatie niet kon werken en verwees naar medische beoordelingen en een neuroloog.
De Raad oordeelt dat het Uwv de beperkingen van appellant juist heeft opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. De door appellant ingebrachte aanvullende medische informatie was reeds bekend of niet relevant voor de peildatum. De Raad volgt de rechtbank en bevestigt het besluit van het Uwv.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in aanwezigheid van griffier A.L. Abdoellakhan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.