ECLI:NL:CRVB:2020:2022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens geschiktheid voor technisch werkvoorbereider
Appellant, voormalig taxichauffeur, ontving diverse uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid. Het Uwv besloot in 2016 geen WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant geschikt werd geacht voor een aantal functies. Na een eerstejaars ZW-beoordeling beëindigde het Uwv in 2018 de ZW-uitkering omdat appellant weer in staat werd geacht een van de functies, waaronder technisch werkvoorbereider, te verrichten.
Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen dit besluit, stellende dat hij niet in staat was lang te zitten en dus niet geschikt was voor de functies. Het medisch onderzoek door het Uwv werd echter als zorgvuldig beoordeeld, en de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellant wel geschikt was voor zittend werk en de functie van technisch werkvoorbereider.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep herhaalde appellant zijn gronden zonder nieuwe medische gegevens. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de rechtbank en het Uwv, verwierp het beroep op het arrest Korošec en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het Uwv wordt bevestigd.