ECLI:NL:CRVB:2020:2103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking bijstandsuitkering
Appellante ontving sinds 1 juli 2015 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam heeft bij besluit van 16 juni 2017 de bijstand met terugwerkende kracht ingetrokken en de terugvordering van de bijstandskosten vastgesteld. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond verklaard, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij tijdig bezwaar had ingediend. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel tijdig bezwaar had gemaakt en meerdere malen contact had gezocht met het college, en betwistte dat zij haar medewerkingsplicht had geschonden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het eerdere oordeel van de rechtbank kunnen weerleggen. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit is niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.