ECLI:NL:CRVB:2020:2107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant is bij brief van 7 februari 2020 en opnieuw bij aangetekende brief van 9 maart 2020 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken na de datum van de brieven. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut, met griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder, en uitgesproken in het openbaar op 8 september 2020.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep. De procedure betreft een bestuursrechtelijke zaak in het sociaal zekerheidsrecht, waarbij de niet-ontvankelijkheid volgt uit niet-naleving van de griffierechtbetalingsverplichting zoals voorgeschreven in de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.