ECLI:NL:CRVB:2020:2116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht moet bij het indienen van een beroepschrift griffierecht worden betaald. Appellant is hierover meerdere malen geïnformeerd, eerst per brief van 22 april 2020 en daarna per aangetekende brief van 23 mei 2020, met duidelijke termijnen voor betaling.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad concludeert dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut en griffier N. Khachatryan op 8 september 2020.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De indiener van het verzetschrift kan verzoeken om te worden gehoord.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.