ECLI:NL:CRVB:2020:2129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor functie chauffeur heftruck
Appellante was laatstelijk werkzaam als inpakster en meldde zich ziek met klachten aan de rechterschouder en linker pols. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen met andere functies, waaronder chauffeur heftruck.
Na een nieuwe ziekmelding in 2017 stelde het UWV opnieuw vast dat appellante geschikt was voor de functie chauffeur heftruck en beëindigde de uitkering opnieuw. Appellante voerde aan dat onvoldoende medisch onderzoek was gedaan en dat haar beperkingen waren toegenomen, onderbouwd met medische rapporten en een röntgenfoto.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen en dat de belastbaarheid van appellante niet was verminderd ten opzichte van eerdere beoordelingen. De functie chauffeur heftruck is niet belastend voor haar beperkingen. De Raad stelde vast dat de medische gegevens geen verslechtering aantoonden op de datum in geding.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante op 2 februari 2017 geschikt was voor de functie chauffeur heftruck en dat haar Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.