ECLI:NL:CRVB:2020:2218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Raad wees appellante erop dat een griffierecht van €131,- verschuldigd was en dat dit bedrag binnen een bepaalde termijn betaald moest worden. Ondanks twee aanmaningen, waaronder een aangetekende brief, werd het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante hierdoor in verzuim was en dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk was. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, met T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier.
De beslissing werd openbaar uitgesproken op 17 september 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.