ECLI:NL:CRVB:2020:2259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming college in bezwaar en proceskostenveroordeling
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college heeft vervolgens het bezwaar van appellante gegrond verklaard en vier uur hulp bij het huishouden toegekend, evenals de in bezwaar gemaakte kosten vergoed. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding toegewezen. Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht is het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in zowel de beroeps- als hoger beroepsprocedure.
De proceskosten zijn vastgesteld op €1.050,- voor het beroep en €525,- voor het hoger beroep, totaal €1.575,-. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het college verhalen. De uitspraak is gedaan door rechter H. Benek en griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder op 23 september 2020.
Uitkomst: Het college is veroordeeld tot betaling van €1.575,- aan proceskosten aan appellante.