ECLI:NL:CRVB:2020:2260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op BRP-adres
Appellant stond ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op een adres waar hij volgens onderzoek niet daadwerkelijk woonde. Op grond hiervan herzag de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de studiefinanciering en verklaarde hem vanaf 1 augustus 2013 als thuiswonende studerende, met terugvordering van € 8.935,02.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze herziening ongegrond, omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij daadwerkelijk op het BRP-adres woonde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onterecht als thuiswonende was aangemerkt en dat hij aannemelijk had gemaakt dat hij uitwonend was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van studiefinanciering met terugvordering wordt bevestigd.