ECLI:NL:CRVB:2020:2289
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering ondanks psychiatrisch onderzoek en zwangerschap
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering per 26 mei 2018 te beëindigen, omdat zij volgens het UWV meer dan 65% van haar loon kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling, inclusief een psychiatrisch onderzoek door psychiater Cohen, zorgvuldig en deugdelijk was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de verzekeringsarts ten onrechte de psychiatrische expertise van Cohen had gebruikt, mede omdat Cohen aan het einde van het gesprek een opmerking maakte die niet in zijn rapport was verwerkt en omdat zij zwanger was tijdens het onderzoek zonder dit te weten. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen aanleiding om aan de conclusies te twijfelen.
De Raad benadrukte dat de lichte problematiek die Cohen vaststelde geen ernstige beperkingen veroorzaakte en dat er geen medische informatie was die zwaardere beperkingen aannemelijk maakte. Ook de zwangerschap van appellante beïnvloedde de beoordeling niet, aangezien er geen aanwijzingen waren dat zwangerschapsklachten op de peildatum bestonden. De uitkering werd daarom terecht beëindigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 26 mei 2018.