ECLI:NL:CRVB:2020:2388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante was werkzaam als helpende en viel in 2013 uit vanwege fysieke klachten, later gevolgd door psychische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe, die in 2017 werd beëindigd wegens het bereiken van de maximale duur. Na bezwaar en meerdere medische onderzoeken werd vastgesteld dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna het UWV de uitkering stopzette.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren ingeschat. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten, waaronder fibromyalgie en handklachten, onvoldoende waren meegewogen en dat zij de geselecteerde functies niet kon verrichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van maart 2018 adequaat waren weergegeven. De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde dat de geselecteerde functies medisch passend zijn, waardoor de beëindiging van de WGA-uitkering terecht is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling.