ECLI:NL:CRVB:2020:2390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag zorg op grond van de Wet langdurige zorg wegens ontbreken blijvende behoefte aan permanent toezicht
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) is afgewezen. Dit besluit werd gehandhaafd bij een eerder besluit, waarna appellante in beroep ging bij de rechtbank Gelderland. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het CIZ het besluit op het advies van een medisch adviseur mocht baseren.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep is dit oordeel bevestigd. Uit het medisch advies blijkt dat de beperkingen van appellante niet leiden tot een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid, zoals vereist in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz. Appellante heeft geen aanvullende medische informatie overgelegd die het oordeel van de medisch adviseur zou ondermijnen.
De Centrale Raad van Beroep ziet geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen of de proceskosten aan de zijde van het CIZ toe te wijzen. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 12 augustus 2020 door de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: De aanvraag voor zorg op grond van de Wlz wordt afgewezen wegens het ontbreken van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurs zorg.