Uitspraak
18.594 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig verkoopmedewerkster, meldde zich ziek met knie-, rug-, voet-, maag- en psychische klachten. Na toekenning van een WGA-uitkering in 2013 werd in 2016 een herbeoordeling aangevraagd. Het UWV stelde vast dat appellante niet geschikt was voor haar laatste werk, maar wel belastbaar binnen beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op basis van geselecteerde functies berekende het UWV een arbeidsongeschiktheid van 7,02% en beëindigde de WIA-uitkering per januari 2017.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat in kaart waren gebracht. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij de geselecteerde functies niet kon vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief psychisch onderzoek en betrokkenheid van een GZ-psycholoog. Nieuwe medische stukken die appellante kort voor de zitting indiende, werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. De Raad volgde appellante niet in haar stellingen en bevestigde dat zij in staat is de geselecteerde functies te vervullen.
Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd ook geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.