ECLI:NL:CRVB:2020:2406

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 oktober 2020
Publicatiedatum
8 oktober 2020
Zaaknummer
19/1184 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en veroordeling korpschef in proceskosten na nieuwe beslissing op bezwaar

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. De korpschef heeft vervolgens op 20 januari 2020 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken bij brief van 3 maart 2020 en verzocht om veroordeling van de korpschef in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten omdat de korpschef geen verweerschrift heeft ingediend en het hoger beroep is ingetrokken. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is de korpschef veroordeeld in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken.

De proceskosten zijn begroot op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier N. Khachatryan, op 1 oktober 2020.

Uitkomst: De korpschef wordt veroordeeld tot betaling van €525,- aan proceskosten van appellant na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 oktober 2020
19/1184 AW, 19/1185 en 20/864 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 5 februari 2019, 17/2542 en 18/409 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S.G. Volbeda hoger beroep ingesteld.
De korpschef heeft op 20 januari 2020 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 3 maart 2020 heeft mr. S. de Leeuw-Oltmans namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de korpschef te veroordelen in de proceskosten.
De korpschef heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat het hoger beroep is ingetrokken omdat de korpschef met de nieuwe beslissing op bezwaar van 20 januari 2020 aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om de korpschef te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 525,- in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de korpschef in de kosten van appellant tot een bedrag van € 525,-.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van N. Khachatryan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) N. Khachatryan