ECLI:NL:CRVB:2020:2467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroepen wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroepen ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Oost-Brabant in vijf procedures. Voor elk van deze procedures was griffierecht verschuldigd. Appellant stelde dat slechts één keer griffierecht betaald hoefde te worden vanwege de samenhang van de zaken, maar dit verzoek werd afgewezen omdat er geen sprake was van samenhangende besluiten.
Na meerdere aanmaningen en waarschuwingen over de gevolgen van niet-betaling, heeft appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. Een beroep op betalingsonmacht werd eveneens afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de criteria daarvoor. Ook een verzoek om vrijstelling van het griffierecht werd gehandhaafd.
De Raad concludeert dat appellant in verzuim is en verklaart de hoger beroepen in alle vijf procedures kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 oktober 2020.
Uitkomst: De hoger beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.