ECLI:NL:CRVB:2020:2484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in bezwaren en toewijzing proceskosten
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Het UWV nam op 13 november 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het volledig aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in bij brief van 17 december 2019 en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld aan de hand van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht. De Raad oordeelde dat het UWV terecht veroordeeld kon worden in de kosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep.
De proceskosten werden begroot op €1.050,- voor het beroep en €525,- voor het hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Daarnaast werd een vergoeding toegekend voor een notitie van een medisch adviseur, berekend op basis van een uurtarief van €126,47 voor 5 uur, wat neerkwam op €765,15 inclusief BTW. De totale proceskostenvergoeding bedroeg daarmee €2.340,15. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €2.340,15 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.