ECLI:NL:CRVB:2020:2492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- en de gevolgen van niet-betaling. Ondanks een verzoek om betalingsonmacht en het aanleveren van inkomensgegevens, werd het beroep op betalingsonmacht afgewezen vanwege het niet tijdig en volledig aanleveren van de benodigde informatie.
De Raad heeft appellant meerdere kansen gegeven om het griffierecht te voldoen, waaronder aangetekende brieven met duidelijke termijnen en waarschuwingen dat het beroep niet inhoudelijk behandeld zou worden bij uitblijven van betaling. Het griffierecht is uiteindelijk niet betaald binnen de gestelde termijn.
Gezien de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim was, ook niet vanwege zijn stelling dat ziekte hem belemmerde eerder te reageren. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.