ECLI:NL:CRVB:2020:2493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in AOW-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een AOW-zaak. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €131,- en de termijn waarbinnen dit betaald moest worden. Appellant heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar na beoordeling van de door hem verstrekte gegevens is vastgesteld dat hij niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldoet vanwege een te hoog inkomen.
Ondanks herhaalde aanmaningen, waaronder een aangetekende brief, heeft appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 oktober 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.