ECLI:NL:CRVB:2020:2533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Kostenvergoeding bij intrekking hoger beroep door bestuursorgaan
Het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Vervolgens heeft het bestuursorgaan het hoger beroep ingetrokken bij brief van 22 april 2020. Betrokkene heeft verzocht om veroordeling van appellant in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en heeft het onderzoek gesloten. De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:118, eerste lid, Awb, het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt.
Omdat de rechtbank in eerste aanleg al een proceskostenveroordeling had uitgesproken, beperkt de Raad zich tot de kosten die in hoger beroep zijn gemaakt. De kosten worden begroot op € 525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal tot betaling van dit bedrag aan betrokkene.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal is veroordeeld tot betaling van € 525,- aan proceskosten aan betrokkene.