ECLI:NL:CRVB:2020:2546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant ontving tot mei 2017 bijstand en was daarna tijdelijk werkzaam. Hij vroeg bijstand aan met ingang van 28 juli 2017, maar het college kende deze toe vanaf 27 augustus 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat geen bijzondere omstandigheden voor terugwerkende kracht waren gesteld en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij onjuist was geïnformeerd door het college en een casemanager, waardoor hij mocht vertrouwen op doorbetaling van de uitkering. De Raad overwoog dat een beroep op het vertrouwensbeginsel alleen slaagt bij ondubbelzinnige toezeggingen door het bevoegde orgaan, welke appellant niet aannemelijk had gemaakt.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het college hoeft geen bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen.