ECLI:NL:CRVB:2020:2550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet meewerken aan huisbezoek en twijfel over woonadres
Appellant ontving bijstand en gaf aan te zijn verhuisd naar een woning in Tilburg. De gemeente voerde een onderzoek uit naar zijn woon- en leefsituatie, waarbij bleek dat appellant geen sleutel had van de woning en niet meewerkte aan een huisbezoek. De huurovereenkomst en verklaringen wekten twijfel over de feitelijke bewoning van het opgegeven adres.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij medewerking had verleend door alternatieven aan te bieden en dat zijn woonadres correct was opgegeven.
De Raad oordeelde dat het niet meewerken aan het huisbezoek en de tegenstrijdigheden in de verklaringen een gegrond vermoeden van onjuiste woonsituatie opleverden. Het beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand wordt bevestigd.