ECLI:NL:CRVB:2020:2567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag met terugwerkende kracht
Appellant ontvangt sinds 2000 bijstand en heeft meerdere keren een individuele inkomenstoeslag aangevraagd. Het college stelde telkens de peildatum vast op de datum van de aanvraag en wees een verzoek om toeslag met terugwerkende kracht af. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de verordeningen onduidelijk zijn en dat het college hem onvoldoende informeerde, waardoor hij de aanvraag niet tijdig kon indienen. De Raad oordeelde dat de verordeningen consistent zijn en dat de peildatum volgens artikel 44 PW Pro niet met terugwerkende kracht kan worden vastgesteld, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, wat hier niet is gebleken.
Verder had het college geen actieve informatieplicht en was appellant in 2015 wel geïnformeerd over de toeslag en het belang van tijdige aanvraag. De Raad bevestigde dat het college de peildatum terecht op de aanvraagdatum heeft gesteld en dat de afwijzing van de latere aanvraag terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag individuele inkomenstoeslag met terugwerkende kracht.